"Lichte dingen verschuiven iets"
Mieke Marx & Suzan Drummen in het CBK Amsterdam
Een gesprek wordt pas spannend als het standpunt van de sprekers contrasteert. De installatie van Marx & Drummen is een tweegesprek, en contrast is er in overvloed.
Marx bouwde haar deel van de dialoog van vilt in vlezige pasteltinten. Het is een wereld vol vouwen en holletjes, zacht en amorf, haast ademend. In het tapijt zie ik een oeroude kustlijn waarlangs gekleurde anemonen groeien. Op een verhoging een soort nest waarin een fabelbeest ligt te slapen. Maar er staat ook een tafel met voorwerpen, misschien speelgoed of servies.
Mij lijkt het vooral een bewoonde plek, een ruimte waaruit de bewoners nét voordat ik binnen kwam vertrokken zijn. Als ik mijn hand op de stof legde, zou die nog warm aanvoelen van de lichamen die er gelegen hebben.
Ernaast, gescheiden van de viltwereld door een smal wandelpad, strekt Drummens bijdrage aan de conversatie zich uit. Op de grond heeft ze grote mandala's gelegd. Ze bestaan uit honderden edelstenen, kristallen en spiegels. Maar ik herken ook gebruiksvoorwerpen – kommetjes en vazen. De kleuren zijn fel, alle oppervlakken weerkaatsen hun omgeving.
Het ziet eruit als monnikenwerk, en dat is het ongetwijfeld ook. Het zouden de liturgische ornamenten van een geheimzinnig volk kunnen zijn, gemaakt voor ons onbekende goden.
Bij het werk van Drummen vraag ik me af wie het gemaakt heeft, bij het werk van Marx door wie het wordt bewoond. Ik denk dat het dezelfde mensen zijn.
DISCLAIMER Dit is dus géén recensie maar een observatie (vandaar de posttitel).
Ik wil mijzelf trainen in het beter kijken naar, beter begrijpen van en, deo volente,
op de lange termijn ook beter schrijven over kunst.



